Poliziek

Poliziek

Ben je scholier, bezorgen politici je een dip of vind je politiek zelfs ronduit ‘sick’? Dan is Poliziek misschien interessant voor jou! Deze website bespreekt verontrustende aspecten van overheden en politiek zoals onvrijheid, geldverspilling, polarisering, oorlog, doofpotten, onverdraagzaamheid, complotten, oplichterij, nepotisme, genocide, taalvervuiling, slavernij, maatschappelijke ontwrichting, corruptie, ongelijkheid, censuur, demagogie, incompetentie, onrecht, zelfverrijking, indoctrinatie, parasitisme, stagnatie, propaganda, sociale desintegratie en onbetrouwbaarheid. Zijn dit onwenselijke randverschijnselen van het ‘politieke bedrijf’ of vormen zij daarvan juist de kern?

Oefening brutowinstmarge

sticker-brain-on-fire-amsterdam-2021

Deze oefening economie is geschikt voor derde klas havo & vwo en gaat over brutowinstmarge, kosten, omzet en nettowinst. Daarbij moet je soms rekenen met procenten en verder hoef je geen rekening te houden met btw of andere belastingen. Succes!

- – – – -

Het bedrijf van Kim verkoopt bureaustoelen voor in klaslokalen. Ze koopt de stoelen in voor 40,- euro per stuk.

1) Stel: ze kiest als brutowinstmarge 60 procent van de inkoopprijs. Wat wordt dan haar verkoopprijs?

2) En wat zou haar verkoopprijs worden als de brutowinstmarge 60% van de verkoopprijs is?

3) Uiteindelijk bepaalt Kim dat haar prijs 75 euro wordt. In een bepaalde periode verkoopt ze 4.000 stoelen en komt de nettowinstmarge uit op 20%. Hoeveel waren de bedrijfskosten?

Uitwerkingen en antwoorden:

1)  ’brutowinstmarge is 60 procent van de inkoopprijs’
–> Dus de inkoopprijs (van 40 euro) is hier de basis, oftewel 100 procent
–> inkoopprijs + plus brutowinstmarge = verkoopprijs
–> 40 euro + 60 % van 40 euro =
40 euro + 60    •      0,4 euro =
40          +          24                    = 64 euro

Alternatieve manier:
inkoopprijs + plus brutowinstmarge = verkoopprijs
–> 100% + 60% = 160% –> 160 • (1% van 40 euro) = 160 • 0,4 = 64 euro

(of m.b.v. ‘factor’ –> 40 • 1,6 = 64)

2) ’brutowinstmarge is 60% van de verkoopprijs’
–> Nu is de verkoopprijs de basis, dus 100 procent
–> de verkoopprijs bestaat uit de inkoopprijs + de marge voor brutowinst
–> (verkoop)prijs min brutowinstmarge is de inkoopprijs
–> 100%                   -             60%                 =          40%

–> de inkoopprijs van 40 euro staat nu dus gelijk aan 40% (van de totale prijs)
–> prijs = 100%
–> 100 • 1% = 100 • (40 euro/40%) = 100 • 1 euro = 100 euro

3)  Om de bedrijfskosten te kunnen berekenen, moet je in dit geval ook de nettowinst weten.
De nettowinstmarge is 20% –> de nettowinst is uitgedrukt als percentage van de omzet –>
berekening: (nettowinst/omzet) • 100% –> je moet nu dus eerst de nettowinst en de omzet (en ook de inkoopwaarde) berekenen

–> 0mzet min inkoopwaarde min bedrijfskosten = nettowinst

–> 0mzet = aantal • prijs –> 4.000 • 75 = 300.000 euro

De nettowinstmarge is 20% van de omzet
–> nettowinst = 0,2 • 300.000 = 60.000 euro

–> inkoopwaarde = 4.000 • 40 = 160.000 euro

–> 0mzet min inkoopwaarde min bedrijfskosten = nettowinst

–> 300.000 min 160.000 min bedrijfskosten = 60.000 euro
–>               140.000            min bedrijfskosten = 60.000 euro
–> de bedrijfskosten bedragen dus 80.000 euro.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>