Poliziek

Poliziek

Ben je scholier, bezorgen politici je een dip of vind je politiek zelfs ronduit ‘sick’? Dan is Poliziek misschien interessant voor jou! Deze website bespreekt verontrustende aspecten van overheden en politiek zoals onvrijheid, geldverspilling, polarisering, oorlog, doofpotten, onverdraagzaamheid, complotten, oplichterij, nepotisme, genocide, taalvervuiling, slavernij, maatschappelijke ontwrichting, corruptie, ongelijkheid, censuur, demagogie, incompetentie, onrecht, zelfverrijking, indoctrinatie, parasitisme, stagnatie, propaganda, sociale desintegratie en onbetrouwbaarheid. Zijn dit onwenselijke randverschijnselen van het ‘politieke bedrijf’ of vormen zij daarvan juist de kern?

Oefensom prijselasticiteit parkeertarieven

('don't even think of parking here' sign)

“De gemeente weert zo veel auto’s uit de stad dat financiële problemen dreigen.” Door de hoge parkeertarieven loopt Amsterdam inkomsten mis en is er minder autoverkeer, “vooral in stadsdelen rond het centrum waar de tariefstijging het grootst was (van 2,20 tot 4,00 euro per uur).” De gemeente hoopte dit jaar 136,7 miljoen euro te incasseren van parkeerders, maar “de nieuwe prognose is 12,6 miljoen lager.”

(Parool, ‘Miljoenenstrop parkeren‘, door B. Soetenhorst, 10/10/2009)

Vragen:(Hangar Vodka zeppelin)

(a) Hoe groot is de % verandering van (1) het parkeertarief in de stadsdelen rond het centrum en (2) de totale verwachte opbrengst?

(b) Bereken de prijselasticiteit, met als aannamen dat de gemiddelde tarieven in de hele stad in 2009 stegen met 30% tot 2,60 euro en dat de totale inkomsten van 2008 5% lager waren dan de inkomsten die men voor 2009 in eerste instantie verwachtte.

(c) Is parkeren prijselastisch te noemen? (en verklaar dit)

d) Als je ervan uitgaat dat de gemiddelde parkeerduur terugliep van 4 naar 3,5 uur, veranderde dan het aantal parkerende mensen in de stad? (en zo ja, met hoeveel %?)

(e) Hoe kan de verhoging van het parkeertarief op termijn de inkomsten van de gemeente nog verder aantasten en hoe kunnen de hoge parkeertarieven ook nog op een andere wijze bijdragen aan een toekomstige daling van de belastinginkomsten van Amsterdam?

(f) Samenhangend met de tariefsverhoging voor het parkeren verwacht de gemeente een stijging van het openbaar vervoergebruik in en rond Amsterdam met 10%. Bereken de kruislingse elasticiteit.

(g ) Verklaar de lage uitkomst bij (f) en leg uit of het hier gaat om complementaire of substitutiegoederen?

~ Los Angeles ~

~ Los Angeles ~

Antwoorden:

- (a1) nieuw – oud : oud x 100% =
4 – 2,2 : 2,2 x 100% = 82%

- (a2) nieuw – oud : oud x 100% =
124,1 – 136,7 : 136,7 x 100% = -9%

- (b) ‘Prijselasticiteit’ is de procentuele reactie van het geconsumeerde aantal eenheden (parkeeruren) op de % prijsverandering. Je moet hier de aantallen eenheden in 2008 en (verwacht) in 2009 berekenen, vervolgens de % verandering daarin en dan de uitkomst delen door de gemiddelde prijsstijging (30%).

Het aantal eenheden in 2008 en 2009 bereken je door de formule: aantal x gemiddelde prijs = totale inkomsten. In 2008 waren deze 136,7 – 5% = 136,7 : 100 x 95 = 130 miljoen euro (afgerond).

In 2009 groeide de prijs met 30% tot 2,60 euro. In 2008 was die dus 2,60 : 130% x 100 = 2 euro. Het aantal parkeeruren is dan 65 miljoen uren (130 miljoen : 2). In 2009 verwacht men 124,1 : 2,6 = 48 miljoen parkeeruren (afgerond). De procentuele verandering in het aantal uren is dus 48 – 65 : 65 x 100% = -26%.

Formule prijselasticiteit = % verandering van aantal : % verandering van de prijs
= -26% : 30% x 100 = -0,87

- (c) Op de elasticiteitsschaal zijn waarden tussen -1 en 1 niet elastisch. Verklaring: veel verkeer blijft toch wel komen, zowel als consument als bedrijfsmatig.

- (d) Het aantal parkeerders in 2008 was 65 miljoen uur : 4 uur = 16,25. In 2009 wordt dit 48 : 3,5 = 13,71 miljoen parkeerders. Ter berekening van de % verandering: nieuw – oud : oud x 100% = 13,71 – 16,25 : 16,25 x 100% = -15,6%.

- (e) Bedrijven trekken weg uit de stad (of uit de duurdere stadsdelen), waardoor parkeerinkomsten verder krimpen. Daarnaast loopt Amsterdam allerlei belastinginkomsten mis door dalende bezoekersaantallen, omzetten en winsten bij winkels en horeca.

- (f) % verandering van het aantal van goed 2 : % verandering van de prijs van goed 1
= 10% : 30% = 0,33

-(g) Substitutie, want als de prijs van goed 1 stijgt, stijgt ook de vraag naar goed 2. Er is dus een positief verband, want de goederen kunnen elkaar min of meer vervangen. De bij het nulpunt liggende waarde van de kruislingse elasticiteit duidt er echter op dat deze reactie zwak is. Oorzaken: mensen bezoeken winkels e.d. buiten de stad, voor bedrijfsbevoorrading is het OV onpraktisch, reistijd groeit.

DF

Gerelateerd:

som kruislingse elasticiteit

som winst- en omzetmaximalisatie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>